banner_definitief.png
  • Agnieszka Laviolettee

Keukenraam

Bijgewerkt: 28 dec 2020

Ik wilde altijd al een raam boven de gootsteen van onze keuken hebben. Het helpt vergeten dat je de afwas aan het doen bent. Het is zoals een loge in het theater. En daarachter speelt zich de volledige doorsnede van het leven af…

Eerste bedrijf

Dit was een heel kort bedrijf. Een jammerend getokkel. Het was me niet meer gelukt om met hen enige band op te bouwen. Ik zag ze van ver, door het keukenraam. Wellicht maar een paar keer. Ze keken nooit mijn kant op wanneer ze hun ineengekrompen lichamen het huis uit sleurden voor een wandeling. Verder wuifden we elkaar niet toe, zoals het buren betaamt, een hand ter begroeting. Misschien hadden ze zelfs niet eens opgemerkt dat er iemand naast hen was ingetrokken. Te oud om te leven. Te moe. Eerst overleed zij. Als in een moment, naar de groenteboer om een wortel te halen. Hij verbaasd dat ze niet was teruggekomen onder de dekking van korte dagen, het was niet duidelijk wanneer ze de wereld had verlaten. Stom eigenlijk dat het zo was uitgedraaid. Terloops. Ik voelde me beschaamd. Het was te laat om nog spijt te voelen.

Tweede bedrijf

Tijdens de vroege lente had er zich nieuw leven gevestigd. Er kwam iets in beweging. De ramen hadden nieuwe kozijnen gekregen, de tuin een prieel. Ze waren met twee. Ze maakten ruzie voor vijf. Wanneer ik braadpannen stond te schrobben bij de gootsteen, moest ik altijd een beetje lachen met hun jeugdigheid. Hij ging iedere keer naar buiten om te roken. Hij rookte telkens een hele voorraad op, zeker op koude, regenachtige dagen, die je hier in overvloed hebt. Hij stond in elkaar gebogen en nam aan een hoog tempo trekjes terwijl hij woorden intoetste op zijn telefoon om de koude te trotseren. Misschien is het toen allemaal begonnen? Mijn echtgenoot riep me naar het raam. ‘Zie je hoe zijn gezondheid het laat afweten?’ had hij gezegd. Hij mag van haar niet in huis roken. En wat dan? Die jongen wil een voorraad aan sigaretten oproken. Dat is dubbel zo slecht voor zijn gezondheid. Hij raakte geïrriteerd in zijn daad van mannelijke solidariteit. Ik haalde mijn schouders op want zijn retoriek had weinig effect op mij. Ik keek daarentegen veelbeduidend naar de berg peuken in de asbak van mijn man. ‘Wijs van haar’, bromde ik hard terug om haar te verdedigen.


Na enige tijd werd haar buikje, dat ze trots ronddroegen door de wijk, zichtbaar. Hij altijd opgewekt, zij nerveus. Hij zwaaide al van ver met zijn hand, zij deed alsof ze de buren niet opmerkte. Ze was in gedachten verzonken. Toen het kindje geboren werd, kregen de ramen mousseline gordijntjes. Je kon de tederheid voelen, het was te zien in hun ogen wanneer ze elkaar aankeken. De wereld was de fase van geurige jasmijnbloemen ingegaan. Aanvankelijk gingen ze wandelen met de kinderwagen, daarna verscheen er een fietsje. En zo draaide de aarde driemaal rond. Ze voerden voortdurend een toneeltje op. Toen het meisje drie jaar was geworden, begon het mis te gaan. Misschien hadden de woorden die hij tijdens de winter had ingetoetst, de zwaarte aangenomen van rijpe graankolven? Wie zou het daar geweten hebben. Hij ging vaker naar buiten om een sigaret te roken. Rillend van de koude bleef hij maar prikken met zijn vinger op de toetsen van zijn telefoon.


Van tijd tot tijd liep er iemand met slaande deuren naar buiten om vervolgens met piepende banden weg te rijden. Ik stond op die momenten bij het keukenraam aardappelen te schillen en wilde hen volharding en moed toewensen. Ondertussen ging mijn hart hevig tekeer. ‘Zie je hoe ze aan het bekvechten zijn?’ sprak ik radeloos tegen mijn man terwijl ik mijn natte handen aan mijn schort probeerde af te drogen. ‘Ze zullen er wel toe komen. Dat ze hem dan ten minste in de garage laat roken.’ Met de koppigheid van een gestoorde begon hij weer over sigaretten. ‘Ik zeg het je, met die onverbiddelijke houding van haar zal ze haar vent nog verliezen.’ ‘Of misschien raakt hij zijn vrouw nog kwijt door zijn verslaving’, beet ik terug. Op een dag kwam er een vrachtwagen aangereden. Onder het toezicht van de vrouw werden alle spullen de auto ingeladen. Ze zette haar kind in het stoeltje en vertrok, de vrachtwagen achterna. Aan de kersenboom in de tuin bengelde nog een vergeten plastieken speeltje. Een klein, groen autootje. Ik was in de keuken toen hij terugkwam van zijn werk. Hij begroette de stilte. Ik zag hoe hij vol ongeloof omdat ze er niet was, in ieder hoekje van de tuin ging kijken. Vervolgens liet hij zich neervallen op de trappen en rookte een sigaret. Hij bleef bewegingloos zitten en dacht lang over iets na.


Nadien zag ik hem steeds minder vaak. Hij ging niet meer naar buiten om een sigaret te roken. Dat kon hij binnen doen. De poetsvrouw werd ontslagen. Ze verscheen niet meer op de deurstoep op dinsdag. Hij nam van tijd tot tijd meisjes mee. Niets concreets. Het duurde nooit lang. Uiteindelijk pakte ook hij zijn spullen, veel was het niet. Hij sprong op zijn motor en reed weg. Ik werd triestig achter mijn keukenraam. Ze waren zo mooi samen. Zo jong. Mooi niet dus dat mijn vrome wensen zouden uitkomen! Ik had hen er niet mee kunnen redden. Het huis straalde een tijd lang stilte uit, het overwinterde Kerstmis, niemand stak er vuurwerk af op oudejaarsavond. De kersenboom was bedekt met een deken van sneeuw en de tak met het autootje bewoog mistroostig mee met de wind.

Derde bedrijf

Ze kwamen in de lente van volgend jaar. Matuurder dan de vorige. De spinnenwebben werden weggehaald. De tuin kreeg een opknapbeurt. Aan hun zijde verschenen er ook volwassen meisjes. Haar kinderen en zijn kinderen, concludeerde ik toen ik fruit stond af te spoelen aan de gootsteen in de keuken. Hun dochters zijn ongeveer even oud en gaan gewoonlijk samen uit. Soms vliegen ze elkaar wel eens in de haren als eentje de make-up van de andere gejat heeft. Als buren hoor je alles. Ze grijpen nooit in. Ze wachten tot de storm voorbij is, haar hand in de zijne, terwijl ze elkaar stevig vasthouden in de tuin. Knap, volwassen, een aan elkaar gelijmd verleden. In de zomer worden de lampions aangestoken en kijken ze naar de sterren. Ze fluisteren elkaar iets in de oren. Ze barsten in lachen uit, maar toch discreet. Ze nippen van hun wijntje. Zonder enige haast. Ik moet lachen. Over hen hoef ik me geen zorgen te maken, zoals over de vorige. Ze weten het al … Je kan de zekerheid zien in ieder gebaar, iedere blik en aanraking… Ze ontsnappen niet aan mijn aandacht zoals de eerste huurders. Ik vind het fijn als ze in de tuin zitten. Dankzij hen krijgt mijn raam betekenis. Ze geven betekenis aan mijn geloof in relaties. Het kleine autootje hebben ze nooit weggedaan. Het hangt nog steeds heen en weer te slingeren aan de tak, misschien schrikt het de groene papegaaien af die de boom van zijn vruchten beroven? Mijn raam is zoals een loge in het theater. En daarachter speelt zich de volledige doorsnede van het leven af…

Wil je meer lezen van Agnieszka? Ga dan eens kijken op haar blog.

4 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven